De vrijgevige God: bevrijding van armzalige begeerten

NGK Middelharnis https://ngkmiddelharnis.nl

Gemeente van onze Here Jezus Christus,

Vanmorgen mochten we al ontdekken wat de economie van genade betekent voor arm en rijk. God maakt mensen onverdiend rijk doordat Jezus onverdiend arm werd. Dit is  het mysterie van onze vrijgevige God. Hij ziet de mens zichzelf de dood injagen en grijpt in om ons tot het leven te roepen. Vanuit die bevrijdende boodschap van het avondmaal wil ik verder bouwen met het onderwijs van Jakobus en wel de verzen 12-18.

Jakobus prijst iedereen in dit gedeelte gelukkig wie in alles op God blijft vertrouwen. Wie van God houdt zal het ware leven oogsten. Niet alleen na je sterven, maar ook hier al. Helaas is het zo, zegt Jakobus, dat onze begeerten met ons aan de haal gaan. Vanmorgen hoorden we al van de verleiding van rijkdom en de illusie dat het ons leven meer waard maakt. We geloven vaak dat het ware leven te vinden is in de dingen die we verlangen. Dat kan alles zijn waarnaar je verlangt. En vaak zijn we dan ook nog boos op God ook omdat hij het niet geeft zoals ik dat wil. Maar zegt Jakobus wie dat beweert vergist zich. God is niet de bron van mijn ongeluk, dat ben ik zelf. De verlangens waar ik vaak het meest van verwacht, maken mijn leven juist het meest armzalig. Dat is het omdenken met Jakobus voor deze middag. Mijn verlangens moeten weer onder het Koningschap van God komen. God is de bron van het ware leven en hij geeft het aan iedereen door de verkondiging van het evangelie.

Op die armzalige begeerten wil ik eerst focussen om daarna vanuit de betekenis van het avondmaal vers 17-18 uit te werken.

Het is de vrijgevige God die ons bevrijdt van onze armzalige begeerten.

Armzalige begeerten

Laten we lezen wat Jakobus schrijft:

Jakobus 1:13–15 NBV

Wie in verleiding komt, moet niet beweren: ‘Die verleiding komt van God.’ Want God stelt niemand aan verleiding bloot, zoals hij zelf ook niet door iets slechts in verleiding kan worden gebracht. Iedereen komt in verleiding door zijn eigen begeerte, die hem lokt en meesleept. Is de begeerte bevrucht, dan baart ze zonde; en is de zonde volgroeid, dan brengt ze de dood voort.

Er zijn twee elementen van begeerten die Jakobus aanstipt. In vers 14 maakt Jakobus duidelijk dat onze verlangens gouden bergen beloven. Als je dit hebt, dat bereikt, dit meemaakt, nou dan … Onze op hol geslagen verlangens, begeerten noemt Jakobus dat, lokken ons, ze verleiden ons, ze praten op ons in, en dan nemen ze ons voor zich in. Op zich kunnen het goede verlangens zijn, maar ze worden begeerten als je van je verlangens je ziel en zaligheid verwacht.

Dan brengen ze niet wat we ervan verwachten dat is het tweede dat te lezen valt in vers 15.  Jakobus maakt duidelijk dat die gouden bergen ons eigenlijk leegtrekken. We houden niets over. Laten we een casus erbij nemen die ons helpt dit principe van Jakobus te begrijpen. Het is een verzonnen voorbeeld, maar het is wel gebaseerd op waargebeurde casussen uit mijn studie.

Beloven gouden bergen

Robbie en Kate zaten uitgeblust naast elkaar. Het huwelijk was totaal vastgeroest. Hun communicatie was versmald tot het ene moment aan de ontbijttafel wanneer de noodzakelijke mededelingen en afspraken werden gemaakt. Maar van samen praten of samen bidden was allang geen sprake meer. Het leven werd niet meer gedeeld, het leven werd niet meer voor Gods aangezicht gebracht. Ook de kinderen merkten de verzakelijking tussen pap en mam. Het was kil geworden en niemand werd er gelukkig van. Op de vraag waar het begonnen was wisten ze beiden het antwoord. Het is begonnen toen Robbie van eerste verkoper promoveerde tot de manager van de afdeling. Hij was meer uren gaan werken dan ooit, kwam laat thuis en verwaarloosde het gezin. Ook Robbie zag dat, maar hij zag het niet als een probleem. Waarom niet, vroeg ik hem. Robbie gaf ten antwoord: ik doe mooi werk, het daagt me uit en ik haal er mijn energie uit. Maar waarom geeft het gezin je geen energie dan? ‘Omdat ik daar mezelf niet hoef te bewijzen. Mijn kinderen willen gewoon mijn aandacht en liefde, maar op mijn werk oogst ik bewondering.’

Zowel Robbie en Kate waren ongelukkig in het huwelijk. Beiden zagen in dat het alles behalve rijk meer was. De zoete liefde die ze eens geproefd hadden, had nu plaats gemaakt voor bittere afstand. En hoewel Robbie dat verschil proefde en het hem eigenlijk wel raakte,  zag hij niet zijn verlangen als de bron van het probleem. In plaats daarvan gooide hij het op andere zaken. De sleur van het gezinsleven, de spanning die er niet meer was in bed, het gezeur van zijn vrouw over planningen en agenda’s. En hoewel dat ook aandachtspunten waren voor hun samen, was dat niet de bron van het probleem.

De bron van het probleem was namelijk dat zijn verlangen om bewonderd te worden, zijn verlangen om zichzelf te bewijzen aan de haal was gegaan met zijn roeping om zijn vrouw en kinderen lief te hebben. Hij vond het niet genoeg dat zijn vrouw en kinderen hem liefhebben om wie hij is. Hij vond pas geluk als hij zichzelf kon bewijzen, zichzelf in de spiegel kon bekijken als een bewonderenswaardig mens.

Is dat verlangen op zich slecht? Nee. Het is een mooi verlangen om jezelf te willen bewijzen. Dat geeft ons een hoop energie. Je bent tot iets in staat. Maar wat er met dit verlangen gebeurde was dit: het won zijn hele hart. Zijn hart was niet meer gewonnen door zijn vrouw en kinderen, bovenal was zijn hart niet meer gewonnen door God. Zijn eigen eer was zijn grootste geluk geworden. Ruimte voor gezinsleven was er daarom niet meer. Zo werken onze begeerten dus.

Ze smoren de liefde voor God en de naaste omdat een verlangen dat op zichzelf goed kan zijn, ons hart gaat regeren. Het kan elk verlangen zijn. Vaak zien anderen ze sneller dan jezelf. Maar je kan ze onder andere vinden door jezelf deze vraag te stellen: wat geeft mij elke morgen weer reden om uit bed te komen? Wat is het dat ik wil? Wat is je grootste droom? Maar ook de tegenovergestelde vraag: wat wil ik niet, waar ben je bang voor, wat is je grootste angst? Waar besteed je doorgaans al je tijd aan? Waar gaan je gedachten 9 van de 10 keer naar uit?

Dikke kans dat je dan de gouden bergen van jouw bestaan zult vinden.

maar trekken ons leeg

Begeerten gaan over ons leven heersen zo zagen we bij Robbie en Kate. Zo gelukkig ze 10 jaar getrouwd waren, zo diep ongelukkig waren de afgelopen vijf jaar. Ik kan het hele voorbeeld niet verder uitwerken. Zo zijn huwelijken die vastlopen bijna nooit het gevolg van één van de partners. Ook Kate zal haar verlangens hebben gehad die over het huwelijk gingen regeren. Bijvoorbeeld haar conflictmijding. Ze wilde het liefst een harmonieus gezin, maar durfde daardoor vaak niet de vinger op de zere plek te leggen.  Ze verbeeldde zich  dat het wel tijdelijk zou zijn en dat Robbie vanzelf weer de balans tussen werk en gezin zou vinden. Ik kan dit nu niet verder uitwerken. Ik beperk me nu tot Robbie omdat het inzichtelijk maakt hoe begeerten werken. Ze beloven gouden bergen, de erkenning, de bewondering die hij oogst op de werkvloer, maar trekken ons leeg. De werkvloer ziet niet hoe Robbie uitgeblust en ongeduldig en knorrig thuiskomt. De mensen die hem het meest nabij staan die kennen Robbie en die weten welke kosten hij maakt om bewonderd te worden en geprezen. Zij oogsten een uitgeputte Robbie die geen tijd meer heeft voor samenzijn, die geen oog meer heeft voor wat de kinderen op school hebben geleerd, voor hun dagelijkse groei. Robbie die niet meer bidt omdat God niet zoveel te maken meer heeft met zijn grootste verlangen. En als hij bidt, bidt voor zijn eigen succes of het voorkomen dat zijn grootste angst bewaarheid zou worden.

Wel was hij boos op God. Was dit nu het huwelijk waartoe hij geroepen was?  Had God niet teveel eisen aan zijn leven gesteld om een goede vader en een goede manager te zijn?
Misschien is dat wel wat Jakobus bedoelt met vers 13. Als dingen spaak lopen zoeken we een schuldige. Maar Jakobus is scherp: jouw verlangens zijn jouw verantwoordelijkheid. Ze komen uit jou en ze gaan heersen over jou. Vergis je daarom niet. God is niet de oorzaak dat je begeerten je leegtrekken. Het brengt Jakobus bij een tweede punt. God is vrijgevig. Dat is hij altijd al geweest en dat zal hij altijd blijven. Ook voor de Robbies onder ons. God is de vrijgevige die u het ware leven gunt en alle vermoeide mensen rust wil geven door ze te bevrijden van hun eigen op hol geslagen begeerten.

Laten we ons richten op

De vrijgevige God

Jakobus zegt het volgende:

Jakobus 1:16–18 NBV

Geliefde broeders en zusters, vergis u niet: elke goede gave, elk volmaakt geschenk komt van boven, van de Vader van de hemellichten; bij hem is nooit enige verandering of verduistering waar te nemen.  Hij wilde ons door de verkondiging van de waarheid tot leven roepen, om ons de eersten te maken in zijn schepping.

Hiermee zegt Jakobus iets heel belangrijks. Hij zegt hier dat we niet moeten denken dat het Gods plan was met ons leven om leeg getrokken te worden door onze eigen op hol geslagen verlangens. Het was niet Gods plan dat wij op zouden gaan in ons eigen leven en ons eigen plan. Gods plan en doel met ieder leven is dat het tot zijn recht komt in nauwe verbondenheid met Hem en in nauwe verbondenheid met anderen.

Het zegt nog iets over God. Het vertelt ons dat God niet blij is met mensen die de dood oogsten. Want God wil iedereen werkelijk geluk geven, het ware leven. Dat leven vinden we alleen in Hem. Jakobus vertelt ons twee dingen: God is onveranderd gul, dat is vers 17 en God is dat ook ondanks dat wij hem vaak op het zijspoor van ons leven plaatsen. Onveranderd gul en vol van genade.

Onveranderd gul

Jakobus 1:17 NBV

elke goede gave, elk volmaakt geschenk komt van boven, van de Vader van de hemellichten; bij hem is nooit enige verandering of verduistering waar te nemen.

Jakobus spreekt over de Vader van de lichten, de NBV maakt er van de Vader van de hemellichten. Daarmee bedoelt Jakobus het volgende: zoals de sterren de eeuwen overleven, zo is Gods goedheid van alle tijden. De Schepper van hemel en aarde die aan Adam en Eva een tuin vol bomen gaf waarvan ze mochten eten, de Schepper van de kleuren, de geuren, de smaken en de geluiden, de Schepper van het heelal onmetelijk in grootheid, ontzagelijk in haar hemellichamen, die Schepper is ook onze Verlosser in Christus Jezus. Hij schenkt ons maar niet een karig leven, maar het volle leven.  En die God is niet alleen altijd goed, maar vers 18 vertelt ons ook:

Vol van genade

Jakobus 1:18 NBV

Hij wilde ons door de verkondiging van de waarheid tot leven roepen, om ons de eersten te maken in zijn schepping.

In vers 12 lijkt Jakobus hetzelfde te zeggen:

Jakobus 1:12 NBV

Gelukkig is de mens die in de beproeving staande blijft. Want wie de proef doorstaat, ontvangt als lauwerkrans het leven, zoals God heeft beloofd aan iedereen die hem liefheeft.

Maar als je goed leest is in vers 12 de mens het onderwerp en in vers 18 God. In vers 12 prijst Jakobus iedereen gelukkig die God blijft liefhebben boven alles. Maar in de volgende verzen hebben we ontdekt dat bijna niemand dat doet. We ruilen God in voor onze verlangens. Dat zijn de verzen 13-15. We oogsten niet het leven maar de dood. Maar dan toont vers 18 ons Gods genade dat Hij door de verkondiging van het evangelie het leven wil schenken. Terwijl wij God verruilen voor onze verlangens, is het Gods grootste verlangen om ons voor zich te winnen dat hij er zelfs Zijn Zoon voor prijsgaf!

Hij verlangt vurig naar ons en heeft er alles voor over om ons leven te geven  In Hem ontmoet ik geen armoede maar rijkdom. Samuel Wells sprak zelfs over overdaad en verkwisting van Gods zijde.

Overdaad schaadt nooit. Hoe ik dat weet? Omdat God absoluut geen spijt heeft. En wat is Gods overdaad? Gods overdaad ben jij. Gods dure, verrukkelijke, heerlijk geurende, gekke en ten diepste nutteloze en verkwistende overdaad – dat ben jij. En God heeft er nooit spijt van dat hij alles plengt en verspilt – voor jou1Samuel Wells, Wees niet bang: met geloof je angst het hoofd bieden, (Franeker: Van Wijnen 2018), pagina 270

Een andere theoloog, uit de vijftiende eeuw, Thomas à Kempis zag die rijkdom van God in het bijzonder terug in het avondmaal. Als hij werkelijk doorleefde wat het avondmaal betekende dan verjoeg het alle armzalige begeerten:

Want dit ritueel, door uzelf ingesteld, is mijn geluk en mijn redding. Het is een geneesmiddel. Alle tekortkomingen worden erdoor verholpen, alle lichamelijke en geestelijke verlangens komen onder controle en verleidingen worden we de baas, of zij worden minder sterk.2Thomas à Kempis, De Navolging van Christus in jonge taal, (Baarn: Adveniat 2008), pagina 386

Geliefden, vergis u niet! Dat is de waarschuwing van Jakobus. We vergissen ons zo vaak in God en we verkijken ons zo vaak op onze verlangens. Maar vergis u niet, God is een bron van onuitsprekelijke rijkdom. Hij is de goede gever die in Jezus aan jou laat zien dat Hij bereid is je alles te geven om jouw leven echt welgelukzalig te maken. De Robbies en de Kates onder ons hebben deze belofte nodig dat Gods liefde je leven rijk maakt. Dat je dan niets anders meer nodig hebt en dat Zijn liefde al je verlangens in de goede banen leidt.

Gelukkig ben je als je op God vertrouwt in je leven, ook als het leven niet gaat zoals jij het wilt. Gelukkig ben je als je ontdekt dat onze verlangens ons leegtrekken als ze niet onder Gods Koningschap staan. Gelukkig ben je als je in die armoede uitkomt bij de vrijgevige God die jou en mij bevrijdt van onze armzalige begeerten en je roept tot een leven van overvloed. Ja overvloed van leven en genade waar je nooit van uitgedeeld raakt.

Amen