Wiens wil is wet?

NGK Middelharnis https://ngkmiddelharnis.nl

Geliefde gemeente van onze Heer Jezus Christus,

De ontwerper van deze presentatie gaf aan dit sjabloon de titel: ‘Het Koninkrijk begint in je eigen achtertuin.’ Ik vind dat zoiets treffends voor ieder van ons. Ik hoor wel eens hier of elders na de preek terug dat iemand steeds voor een ander heeft geluisterd. Dan komt iemand naar me toe en zegt‘Dominee wat een prachtige preek, ik moest steeds aan mijn buurman denken!’ en eerlijk is eerlijk ook een prediker ontkomt niet altijd aan een dergelijke houding. Maar daarmee heb je gemist wat Gods Woord wil doen: jou aanspreken. Jij bent de eerste die onder het Woord moet worden gezet. Wij zijn allemaal hetzelfde laken en pak, we staan meer naast elkaar dan boven elkaar als het aankomt op onze positie bij God. Elke preek gaat eerst over mijzelf.

Dat gezegd hebbende kom ik op de tekst uit.

Jakobus 4:11 NBV

Spreek geen kwaad van elkaar, broeders en zusters. Wie kwaadspreekt van een ander of een ander veroordeelt, spreekt kwaad van de wet en veroordeelt de wet. En als u de wet veroordeelt, handelt u niet naar de wet, maar treedt u op als rechter.

Laten we eerst proberen te begrijpen wat onder dit kwaadspreken wel en wat er niet wordt verstaan. Waar het hier over gaat is dat je de naam van een ander lastert. Het gaat dan om roddel, om schelden, verwensingen, kortom om al het spreken waar een oordeel achter schuil gaat waarmee je een ander als het ware buiten de deur van je leven zet. Het gaat hier om een vorm van kwaadspreken waarin jij rechter speelt over andere mensen.

Er zijn voorbeelden genoeg denk ik dus ik zal mij beperken tot wat situaties. Op het schoolplein heb je met een groepje bekokstooft dat één iemand van school niet mag meedoen om één of andere reden. Op de werkvloer is er één iemand die je via de werkchat of in de koffiepauze continu door het slijk haalt omdat diegene bijvoorbeeld een beleid uitstippelt dat jullie niet zint. Of, in de familie maakt iemand er steeds weer een potje van, en nu ben je niet meer bereid te hulp te schieten, want diegene heeft het er zelf naar gemaakt. Dus daar gaat het over. Wij oordelen over iemands gedrag en dat sluit iemand uit. Iemand wordt als het ware buiten ons domein, ons koninkrijk geplaatst.

Ik ga daar zo wat meer over uitwerken, maar eerst waar dit gebod van Jakobus niet over gaat. Deze waarschuwing van Jakobus zegt NIET dat we elkaar niet mogen aanspreken en elkaar niet mogen aanmoedigen om op de weg van het evangelie te wandelen. Daar gaat dit niet over. Wij hebben aan de hand van een open Bijbel elkaar wegwijs te maken. We moeten elkaar — om met de woorden van vorige week te spreken — steeds weer wijzen op de zon die ons leven doet groeien. Maar dan ligt het er wel aan met welke toon je dat doet.

C’est le ton qui fait de la musique.

Ik bedoel, als je iemand flink de oren wast dan heb je niet begrepen dat Jezus ons opdraagt elkaar de voeten de wassen. We moeten de waarheid spreken in liefde, met bewogenheid. Als iemand struikelt geeft dat ons geen reden hem daar met zijn neus in te drukken. Vraag jezelf dus eerst af of je echt iemand liefhebt als je hem aanspreekt en heb dan de  moed om dat face to face te doen en sta ook open voor dat jij het verkeerd ziet.  Dus over onderling vermaan gaat het hier niet.

Een uitlegger zei hierover dat het in de kerk vaak niet gaat over die zaken waar overduidelijk sprake is van groot onrecht of een specifieke zonde. Vaker, zo schreef deze uitlegger, gaat het om het betwijfelen van elkaars motieven — of iemand wel goed de Here dient — , om het becommentariëren van onze geldgewoonten, en over de opvoeding van onze kinderen. Ik zou daaraan willen toevoegen dat het heel vaak om mensen gaat die gewoon anders zijn dan wij. Het is één van mijn grootste blinde vlekken: mensen verschillen van elkaar. Die verschillen vormen echter dikwijls reden tot kwaadspreken. Het gaat dus om kwaadspreken waarmee jij je tot rechter verheft en anderen veroordeelt en buitensluit. Jakobus werkt uit waarom wij dat niet mogen doen. Daarmee kom ik op de titel van de preek: wiens wil is wet? Jouw wilof Gods wil. Jakobus stelt dat wij onze naaste niet mogen veroordelen omdat we daarmee als rechter optreden over de ander.

Sterker nog: iemand veroordelen is spelen voor God.

Waar doet me dat aan denken?

De preek over Jakobus 3 waar ik zei dat wie de naam van zijn naaste door het slijk haalt, zijn Schepper door het slijk haalt.  De eerste vier tafels van de wet over God zijn nauw verbonden met de geboden over onze onderlinge omgang. Hier geldt hetzelfde principe: wie rechter speelt over de ander, speelt voor God. Je stoot God daarmee van de troon. Het gaat hier over een manier van oordelen dat jou ontslaat om voor die ander zorg de dragen. Jakobus zegt namelijk:

Jakobus 4:11 NBV

Spreek geen kwaad van elkaar, broeders en zusters. Wie kwaadspreekt van een ander of een ander veroordeelt, spreekt kwaad van de wet en veroordeelt de wet. En als u de wet veroordeelt, handelt u niet naar de wet, maar treedt u op als rechter.

De passage hier vraagt om verdere uitleg. Er staat dat als jij iemand veroordeelt, jij ook de wet veroordeelt. Over welke wet heeft Jakobus het? Uitleggers menen dat het gaat om deze wet:

Jakobus 2:8 NBV

Wanneer u echter het koninklijke gebod volbrengt dat de Schrift geeft: ‘Heb uw naaste lief als uzelf,’ dan handelt u juist.

Wie zijn naaste veroordeelt, veroordeelt dus de wet die zegt dat jij je naaste moet liefhebben als jezelf. Dat is zelfs een koninklijk gebod, het komt van niemand minder dan de Koning der koningen. Wat betekent dit? Het betekent dat jouw wil wet wordt. Met dat jij je boven je naaste plaatst, plaats jij je boven de wet. Jij bepaalt zelf wel wanneer jij dit koninklijke gebod toepast of niet. Als je iemand veroordeelt, ontsla jij jezelf van de plicht om je naaste lief te hebben als jezelf. We begrenzen dit gebod tot voor ons acceptabele normen.

Ik denk dat niemand tegen het gebod is om je naaste lief te hebben als jezelf. Iedereen zal dan zeggen: jaaaa, goed, laten we dat doen. Toch presteren wij het vaak zonder te weten om net als de Farizeeërs en de Schriftgeleerden aan Jezus de vraag te stellen: wie is mijn naaste?  We gaan afdingen op het gebod. Hoewel we dat niet letterlijk doen, doen we dat wel in de praktijk in het veroordelen van anderen. Op die vraag antwoordt Jezus met de gelijkenis over de barmhartige Samaritaan. Hij ontmaskert de valse vraagstelling: iedereen is jouw naaste.

Bij wie pas ik dit gebod dan aan naar eigen smaak? Alle mensen waar je geen voet binnen de deur wilt zetten. Alle mensen die jij niet meer groet. Alle mensen die je negeert. Alle mensen die jij geen cent gunt. Alle mensen waarover je wel praat, maar waarmee je niet praat. Alle mensen die volgens jou te ver zijn gegaan. Alle mensen kortom waar jij van vindt dat jij er geen verantwoordelijkheid voor hebt. Daarmee sta je niet alleen boven de wet, maar er komt nog iets bij, daarmee speel je God.

Jakobus 4:12 NBV

Er is maar één wetgever en rechter: hij die bij machte is te redden of in het verderf te storten. Maar wie bent u, om uw naaste te veroordelen?

De HEER is de enige die het recht toekomt om Recht te spreken. Voor Hem moeten wij allemaal eens verschijnen. Toch doet God niet met ons naar wat wij verdiend hebben. In zijn ondoorgrondelijke genade ziet Hij ons als zijn eigen kinderen. En elke ouder zal herkennen dat je niet graag je eigen kinderen veroordeelt. Onze Vader in de hemel die met recht ons allemaal in de eeuwige ellende zou kunnen, heeft zijn Zoon gestuurd omdat hij ons niet wil veroordelen.

Ik moet denken aan het boek De Uitnodiging. Ik kan niet de strekking van het verhaal helemaal vertellen, maar in dat boek is een zeer indrukwekkende passage. De hoofdpersoon, wiens dochter is ontvoerd, beschuldigt God van deze verschrikkelijke gebeurtenis. Hij komt dan te spreken met een mysterieuze rechter en die vindt dat hij zo snel zijn oordeel klaar heeft dat hij prima geschikt is zijn eigen kinderen te veroordelen. Hij mag er twee behouden voor de eeuwigheid, maar hij moet twee verwerpen. Mack, de hoofdpersoon wil dat niet, waarop ze nog een keer zegt:je moet. Waarop het verhaal zo verder gaat:

Ik…doe…het…niet! gilde Mack, zijn bloed kookte in zijn lijf. Ik kan het niet, ik kan het niet, ik doe het niet. De vrouw stond daar maar en keek en wachtte rustig af. Ten slotte keek hij haar met smekende ogen aan. ‘Mag ik hun plaats innemen? Als u iemand moet hebben om voor eeuwig gekweld te laten worden, laat mij dan maar gaan. Zou dat kunnen? Mag ik dat zijn? Hij viel voor haar voeten neer, huilend en smekend. Alstublieft ik smeek u. Alstublief, alstublief.

Mackenzie, Mackenzie, fluisterde ze […] ‘Nu klink je als Jezus. Je hebt juist geoordeeld. […] Maar ik heb nog niet eens een oordeel uitgesproken wierp Mack tegen. Jawel, jouw oordeel was dat ze de liefde waard zijn, zelfs al kost dat jou alles. Dat is hoe Jezus liefheeft.

Wat een troost dat God zo naar ons kijkt! De HEER is rechter over ons maar Hij spreekt ons vrij. Daarom kan ik ook vrij van oordeel zijn. Naar mezelf en naar anderen. Wat een troost: wat mensen ook van mij vinden, ik heb mijn geweten in Christus vrij van oordeel. Niet omdat ik niets fout doe, maar omdat ik in Christus opnieuw mag beginnen. Wat mensen ook van mij vinden, of ze mij nu niet genoeg vinden om mee om te gaan, het is een waardeloos oordeel want God is mijn rechter. Voor wie zou ik bang zijn?

Prachtig nietwaar? Zo kijk ik ook in de zon van het evangelie. God de Allerhoogste die mij door en door kent is mijn rechter en spreekt mij in Christus vrij waarom zou ik mij laten leiden door wat anderen van mij vinden? En waarom zou ik zonodig van alles moeten vinden van de ander? Heerlijk is dat, het geeft echt de vrijheid om te dienen op de plek waar je staat. Gewoon je best doen, daarover kunnen verantwoorden naar God en anderen en je dan niet hoeven alten regeren door wat anderen er van vinden. Zo is God als rechter ook een grote troost voor wie geloven.

Dus daar gaat deze tekst over. We moeten niet onszelf boven de wet van God plaatsen om zo anderen buiten te sluiten en te demoniseren, want daarmee verheffen we ons tot rechter terwijl jijzelf duur vrijgekocht bent van het oordeel. En dan sluit Jakobus nogmaals af met de oproep:

Jakobus 4:12 NBV

Er is maar één wetgever en rechter: hij die bij machte is te redden of in het verderf te storten. Maar wie bent u, om uw naaste te veroordelen?

Wie bent u om uw naaste te veroordelen. Hier gebruikt Jakobus het woord naaste. Naaste: iemand die dicht bij je staat. Wie is mijn naaste? Ieder mens, zelfs je vijand. Je lijkt meer op je vijanden dan op Jezus. Zo is het. Thomas à Kempis zegt daarom dit over andermans tekortkomingen:

Probeer geduldig andermans gebreken te verdragen; je bent zelf ook niet volmaakt en anderen moeten met jouw tekortkomingen leven.

Oeps, dat laatste vergeet ik nog wel eens. Iemand moet mij verdragen. Wow! Zeker voor iemand in mijn rol als predikant is dat een pittige klus. Ik bedoel maar, mij zie je elke week. Maar bedenk eens hoeveel mensen van jou moeten verdragen. Lieve kinderen: hoe vaak moeten jouw ouders je ondankbaarheid, je beledigingen, je egoïsme, je geruzie, je negeren verdragen? En ouders: hoe vaak moeten jullie kinderen jullie drukke agenda’s, drukke hoofden, inconsequente maatregelen, et cetera verdragen? En denk eens aan collega’s broeders en zusters, buren enzovoorts en je weet: we moeten een hoop van elkaar verdragen. Bedenk dat je naaste dat ook van jou moet.

Geliefden, daarom deze vraag: wiens wil is wet? Bepaalt God hoe jij naar je naasten kijkt? Bepaalt God ook je zelfreflectie? Dan staan we allemaal als schuldenaars aan de voeten van het kruis. We staan aan de voeten van het kruis. De rechter pleit schuldig, maar toch spreekt de rechter ons vrij. Waarom zou ik dan nog moeten oordelen over de ander? God oordeelt mij toch ook niet meer? Niets kan mij scheiden van God! NIETS! Waarom scheiden onze wegen dan wel zo makkelijk. Als God al die zondaars moet verdragen, waarom verdragen wij elkaar dan niet wat meer?

Als God ons al vrijspreekt, wie zijn wij dan om uw naaste te veroordelen?

Amen